woensdag, december 20, 2006

De rattenvanger van -=A=-

Als ik vanuit mijn Antwerpse thuisbasis richting stad fiets, passeer ik langs een kort stukje uitloper van de A12 (u toetert gegarandeerd wel eens de volgende keer wanneer u over de Boomsesteenweg dendert). Weinig wereldschokkends, hoor ik u denken, en daar heeft u volkomen gelijk in – ware het niet dat langs dit stukje weg sinds enige tijd een rattenplaag heerst.

Het gegeven werd mij bekend toen ik deze maandag bij het voorbijfietsen een beestje het struikgewas zag invluchten. Een muis, dacht ik eerst, of een eekhoorn, of desnoods een kat, een stokstaartje of een aardvarken. Maar toen ik geen 20m verder een rat van middelmatige grote op het fietspad zag zitten worstelen met wat eens de verpakking van een reep chocolade moet geweest zijn, brak mij het angstzweet uit. Ratten!

Edoch, uw edele dienaar is geen angsthaas en zette moedig zijn weg verder, al snel die horrortaferelen uit zijn memorie schrappend. Die avond volgde er helaas opnieuw een beproeving…

Het was al donker toen ik opnieuw de A12 opreed. Ik was klaar om mijn mannetje te staan en de strijd aan te binden met de rat. Maar datzelfde gold blijkbaar voor de tegenstand, want al van ver zag ik een reuzenrat in het midden van het fietspad plaatsnemen. Het was hij of ik.

Ik ging recht staan op mijn trappers, nam diep adem en sprintte er naar toe.
Ik was op 30m genaderd, de rat draaide zich om en keek recht in mijn ogen.
Ik grijnsde.
Ik was op 15m, de rat wilde nog wegspringen, maar zag dat hij zijn grootste vijand in de geschiedenis niet meer kon ontwijken.
Ik lachte nu luidop.
Ik was op 2m.
Er klonk een kreet, en het ongedierte probeerde in een laatste poging nog naar mijn met schoenen bedekte tenen te bijten.
Ik riep luid: “HEEY, CISKE DE.”
Waarop het beest, afgeleid door mijn kennis van het rattengeslacht, zijn doel miste en in mijn voorwiel sprong.
De tanden vlogen in het rond, maar ik hield mijn fiets recht. Ik keek voldaan achterom naar het bloedende dier.
De missie was geslaagd, uw dienaar had getriomfeerd. Het Stad kon opgelucht ademhalen en hoefde niet meer te vrezen voor een nieuwe pestepidemie.

Glunderend fietste ik verder, terwijl op de achtergrond Danny de Munk door de nacht schalde…

“Krijg toch allemaal de klere, val voor mijn part allemaal dood!!”