Vaarwel (2)
Beste vrienden, collega's, verwanten, lezers van deze website,
wie dacht van mij af te zijn na mijn snelle vlucht naar de Dominicaanse Republiek heeft het bij het verkeerde eind. Jawel, ook hier, in de Caraïben heeft men inmiddels kennis gemaakt met de fenomenen Internet en cybercafé. In dat laatste bevind ik mij op dit moment, al heb ik weinig tijd om te melden wat ik te melden heb.
Maar jullie willen natuurlijk eerst en vooral weten hoe het met mij gaat? Wel... redelijk. Het had beter gekund, maar ook veel slechter.
Laat ik met het goede nieuws beginnen. Het huis dat ik meteen na mijn aankomst gekocht heb, was een pareltje. Niet goedkoop, dat moet ik toegeven, maar die villa op het strand was het verdomd waard. Bovendien bleken mijn buren zeer sympathieke mensen.
Aanschouw hier een foto van mijn linkerbuurvrouw:
En ziehier mijn rechterbuurvrouw:
Twee zeer sympathieke dames... maar dat had ik al gezegd zeker?
Tot daar het goede nieuws. Zee, strand, mooie vrouwen... wat wil een mens nog meer, hoor ik jullie denken... Wel... zon om te beginnen. Vanaf het moment dat ik geland ben op dit eiland heeft het onophoudelijk geregend. Dag en nacht. Zéér, zéér abnormaal voor de tijd van het jaar, volgens de dorpsoudste, en het vreemde is, dat het nét is beginnen regenen toen ik voet zette op dit eiland. Toeval natuurlijk, maar maak dat maar eens duidelijk aan het merendeel van die achterlijke inboorlingen hier. Die zijn sinds enige dagen in mij de vleesgeworden duivel gaan zien. Ja, ook die twee sympathieke dames die naast mij woonden. Woonden. Inderdaad. Want blijkbaar lachen ze hier op de Dominicaanse Republiek niet met zo'n dingen. Nog voor ik de telefonisch de Belgische ambassade kon bereiken, schoten de vlammen al door het dak. Jaha, die fascisten hadden mijn huis in brand gestoken. Mijn nieuwe investering in vlammen op. Gelukkig was daar de regen om het vuur te doven. Waarna het ook weer onmiddellijk ophield met regenen. Die idioten content natuurlijk. Dat was immers het teken dat ze gedaan hadden wat ze moesten doen en dat ze de duivel hadden verjaagd...
Enfin, ik moest dus op zoek naar een nieuwe woning en die heb ik ondertussen gevonden. Een dorp verderop weliswaar. Nog groter dan mijn eerste stulpje.
Het behoeft geen betoog dat ik me ondertussen serieus in de schulden heb moeten steken om dit allemaal te bekostigen. Bovendien dreigen bepaalde instanties sinds het duivel-incident in dat eerste dorp met een opsluiting op Guantanamo Bay, hier een beetje verder. Ik heb geprobeerd om uit te leggen dat ik geen moslim ben, en dat ik zeker niet opgesloten wil worden in een mannengevangenis, nadat ik daar allemaal zo'n fijne 'urban legends' over heb horen vertellen. Maar blijkbaar verstonden ze mij niet, en leek mijn Nederlands voor hen erg op Arabisch. Om een lang verhaal kort te maken: ik ben dus tijdelijk op de vlucht voor de Dominicaanse instanties en ik verschuil me nu nog in de jungle.
Ondertussen wacht ik ongeduldig op het vele geld dat Mrs. Wilson me spoedig zal storten. Ik heb sinds haar eerste e-mail niets meer van haar gehoord, wat me doet vermoeden dat ze er het bijltje heeft bij neergelegd. Ik hoop dat alles op tijd geregeld is en dat haar advocaat snel met het geld over de brug komt. Ondertussen voed ik me met kokosnoten, rode vruchten, kleine visjes, en wat rijst en bloem dat ik gekregen heb van de mannen van Expeditie Robinson.
Wat een mens er allemaal niet voor moet over hebben om gelukkig te worden.
Survival-groeten,
Herman Frodiet
wie dacht van mij af te zijn na mijn snelle vlucht naar de Dominicaanse Republiek heeft het bij het verkeerde eind. Jawel, ook hier, in de Caraïben heeft men inmiddels kennis gemaakt met de fenomenen Internet en cybercafé. In dat laatste bevind ik mij op dit moment, al heb ik weinig tijd om te melden wat ik te melden heb.
Maar jullie willen natuurlijk eerst en vooral weten hoe het met mij gaat? Wel... redelijk. Het had beter gekund, maar ook veel slechter.
Laat ik met het goede nieuws beginnen. Het huis dat ik meteen na mijn aankomst gekocht heb, was een pareltje. Niet goedkoop, dat moet ik toegeven, maar die villa op het strand was het verdomd waard. Bovendien bleken mijn buren zeer sympathieke mensen.
Aanschouw hier een foto van mijn linkerbuurvrouw:

En ziehier mijn rechterbuurvrouw:

Twee zeer sympathieke dames... maar dat had ik al gezegd zeker?
Tot daar het goede nieuws. Zee, strand, mooie vrouwen... wat wil een mens nog meer, hoor ik jullie denken... Wel... zon om te beginnen. Vanaf het moment dat ik geland ben op dit eiland heeft het onophoudelijk geregend. Dag en nacht. Zéér, zéér abnormaal voor de tijd van het jaar, volgens de dorpsoudste, en het vreemde is, dat het nét is beginnen regenen toen ik voet zette op dit eiland. Toeval natuurlijk, maar maak dat maar eens duidelijk aan het merendeel van die achterlijke inboorlingen hier. Die zijn sinds enige dagen in mij de vleesgeworden duivel gaan zien. Ja, ook die twee sympathieke dames die naast mij woonden. Woonden. Inderdaad. Want blijkbaar lachen ze hier op de Dominicaanse Republiek niet met zo'n dingen. Nog voor ik de telefonisch de Belgische ambassade kon bereiken, schoten de vlammen al door het dak. Jaha, die fascisten hadden mijn huis in brand gestoken. Mijn nieuwe investering in vlammen op. Gelukkig was daar de regen om het vuur te doven. Waarna het ook weer onmiddellijk ophield met regenen. Die idioten content natuurlijk. Dat was immers het teken dat ze gedaan hadden wat ze moesten doen en dat ze de duivel hadden verjaagd...
Enfin, ik moest dus op zoek naar een nieuwe woning en die heb ik ondertussen gevonden. Een dorp verderop weliswaar. Nog groter dan mijn eerste stulpje.
Het behoeft geen betoog dat ik me ondertussen serieus in de schulden heb moeten steken om dit allemaal te bekostigen. Bovendien dreigen bepaalde instanties sinds het duivel-incident in dat eerste dorp met een opsluiting op Guantanamo Bay, hier een beetje verder. Ik heb geprobeerd om uit te leggen dat ik geen moslim ben, en dat ik zeker niet opgesloten wil worden in een mannengevangenis, nadat ik daar allemaal zo'n fijne 'urban legends' over heb horen vertellen. Maar blijkbaar verstonden ze mij niet, en leek mijn Nederlands voor hen erg op Arabisch. Om een lang verhaal kort te maken: ik ben dus tijdelijk op de vlucht voor de Dominicaanse instanties en ik verschuil me nu nog in de jungle.
Ondertussen wacht ik ongeduldig op het vele geld dat Mrs. Wilson me spoedig zal storten. Ik heb sinds haar eerste e-mail niets meer van haar gehoord, wat me doet vermoeden dat ze er het bijltje heeft bij neergelegd. Ik hoop dat alles op tijd geregeld is en dat haar advocaat snel met het geld over de brug komt. Ondertussen voed ik me met kokosnoten, rode vruchten, kleine visjes, en wat rijst en bloem dat ik gekregen heb van de mannen van Expeditie Robinson.
Wat een mens er allemaal niet voor moet over hebben om gelukkig te worden.
Survival-groeten,
Herman Frodiet