zondag, februari 18, 2007

De Cera

Als men aan het huidige tempo bankinstellingen blijft fusioneren en van naam veranderen, dan mag men van mij niet verwachten dat ik kan blijven volgen. Tegenwoordig verandert een bankfiliaal immers sneller van naam dan Herman Frodiet van ondergoed... En wat was er eigenlijk mis met Cera, Kredietbank, ASLK, Gemeentekrediet, Bacob en BAC?


Om een einde te stellen aan deze nefaste gang van zaken, heeft ondergetekende afgelopen weekend actie ondernomen om de plaatselijke bankfiliaalhouders met de neus op de feiten te drukken. Iemand moet het tenslotte doen. Laat dit dan ook een oproep zijn aan alle Cera-aanhangers ter vlaamse lande! Verenigt u en laat uw plaatselijke bankfilialen weten dat u de huidige gang van zaken niet kan appreciëren!


Wat u doet, is het volgende.

1) U stapt het eerste het beste bankfiliaal binnen – het beste effect creëert u in een bank waar u geen klant bent en waar de bedienden u (nog) niet kennen.

2) U kiest het loket met de jongste bediende, en als het kan ook de domst uitziende. Is er geen jonge snaak aanwezig, of zit er niemand achter het glas die u Paul Severs-gewijs zit aan te gapen, overweeg dan om opnieuw buiten te stappen.

3) Eenmaal aan het venstertje gekomen, vraagt u om een deel van uw aandelenportefeuille te kunnen verkopen.

4) Als alles goed verloopt, zal de persoon achter het glas u vertellen dat u daarvoor beter even binnenkomt, zodat de man van de beleggingen u kan verder helpen. Deze reactie is evenwel afhankelijk van een paar factoren. Het zou immers kunnen dat u, ondanks uw keuze voor de domst uitziende bediende, net een specialist inzake beleggingen getroffen hebt. Daarom is het eigenlijk belangrijker dat u een jonge snaak uitkiest, zo kan u te allen tijde zijn ervaring en kennis in twijfel trekken. Een andere tip is om u te kleden alsof u een topfunctie bekleedt en een veelvoud verdient van de persoon die u moet verder helpen. Als die immers gelooft dat het over een aanzienlijk beleggingsbedrag gaat, zal men sneller geneigd zijn u door te verwijzen. Missen deze tips nog steeds hun effect, vraag dan nadrukkelijk en op een dwingende wijze naar de persoon die u ook de vorige keer geholpen heeft. Laat men u daarna nog steeds niet binnen, maak dan een opzichtig wegwerpgebaar en stap met reuzenschreden naar buiten. Deze actie heeft het beste effect wanneer er zich veel ander volk in de bank bevindt. Wilt u dit moment helemaal uitbuiten, stop dan op voorhand een pak Monopolygeld in je zak, en strooi het bij het buitenlopen in het rond terwijl je roept: Hier, hou je geld, vuile leugenaars!

5) Maar normaal gezien bevindt u zich ondertussen binnen de bank, en hebt u reeds een hand gekregen van de beleggingspecialist. Nu komt het cruciale deel van uw actie.

6) U herhaalt uw vraag van eerder: Ik wil een deel van mijn aandelenportefeuille verkopen.

7) De bankier zal u vervolgens vragen naar uw naam en uw woonplaats. Geef die gerust.

8) Als u geen klant bent van de bank in kwestie zal uw bankier geen gegevens van u terugvinden. Let op zijn gezicht wanneer hij naar het scherm tuurt.

9) Wanneer hij meer info en eventueel naar een andere naam vraagt, hou dan halsstarrig vol. Ook hier is de boodschap: kom zo professioneel en zelfzeker mogelijk over. Ga zeker niet in op de vraag om een bankkaart te tonen. Zeg desnoods dat je ze vergeten bent. Een identiteitsbewijs kan in principe geen kwaad, maar zorg ervoor dat je ze op tijd weer in handen hebt.

10) Het is nu tijd om een scène te maken. Roep dingen als Hoe, geen aandelenportefeuille? en Waar zijn al mijn aandelen dan naartoe, oplichters! Als u kan, barst dan in snikken uit.

11) Het is nu tijd voor de finale. Begin zwaar te ademen en doe alsof u hyperventileert. Vraag met aandrang om buitengelaten te worden (u geraakt immers niet op eigen houtje buiten in zo’n beveiligde burcht). Als men u probeert te kalmeren, doe dan meer uw best en laat uitschijnen dat u écht dringend naar buiten moet. Als u al op dit punt geraakt bent, zal het een koud kunstje zijn om ook dit tot een goed einde te brengen.

12) Als u opnieuw voor de loketten staat, dient u zich nog een laatste keer op te winden. De Monopolygeld-scène zou hier opnieuw kunnen. Roep zeker nog iets in de trend van Test Aankoop zal ervan horen of Ik dien klacht in. Jullie kunnen het hier wel vergeten! Vergeet zeker niet: In de tijd van de Cera was alles véééééél beter! Maak ook zeker nog een wegwerpgebaar.

13) Sla de deur van het bankfiliaal hard achter je dicht. Als er zich toevallig volk buiten de bank bevindt, dan kan je ook deze nog even proberen te beïnvloeden, maar noodzakelijk is het niet. Je punt is gemaakt.

14) Herhaal deze actie in andere banken. Spread the word.



Herman Frodiet, bestrijder van machtsmisbruik en de bureaucratie

vrijdag, januari 19, 2007

Gevierde Vierselnaars

Hoog tijd om het nog eens te hebben over één van de beste vrienden van NSW: Luc Versteylen! (hoor ik daar al iemand lachen?) De legendarische bewoner van de Brouwerij van Viersel, die de Nederlandstalige medemens verblijdde met neologismen zoals hemelen (masturberen), stroelen (douchen) en "den diepsten draai" (het orgasme), verdient immers van tijd tot een tijd een plaatsje in de spotlights (dat is althans wat hij zelf denkt).

Deze keer geen spannende verhalen over de uitspattingen in het pension van de oud-pater – mocht u die in het verleden gemist hebben, wij halen ze in de toekomst hier wel eens naar boven – maar we belichten een ander facet van het intrigerende bestaan van Versteylen... de relatie met zijn buurman.

U moet weten, de gemeente Viersel is vijftien bakstenen groot, heeft niet eens een eigen voetbalploeg en dankt zijn enige vorm van bekendheid aan een jaarlijkse waterski-wedstrijd waarvan men ter plekke graag de belangrijkheid overschat.
Toch kan de gemeente Viersel trots zijn op twee inwoners/karikaturen die, en dat is dan weer jammer, steevast als ambassadeurs voor het dorp optreden: de eerder genoemde Luc Versteylen en diens buurman Thierry van de Werve de Schilde.

Wat een gekke naam, hoor ik u daar denken – en daar heeft u vol-komen gelijk in. Maar er schijnt een goeie reden te zijn waarom Thierry met zo’n clownsnaam rondloopt, hij zou namelijk van adel zijn.

Nu, Versteylen en Thierry... het zijn niet de beste vrienden. Op geregelde tijdstippen vliegen de twee oudjes mekaar in de haren over één of ander banaal twistpunt, en gelukkig laten de media ons daar van meegenieten.
In 2001 draaide alles rond het snoeien van enkele oude populieren, op het grondgebied van Thierry, die volgens Versteylen een gevaar vormden voor de veiligheid in zijn tuin. Die tuin wordt immers druk gebezigd door zijn bezoekers die er zich uitkl... euhm... uitleven.

Versteylen over de bomen en zijn buurman: "Het beste wat ik ooit te horen kreeg, was iets in de zin van we zijn verzekerd tegen schade aangericht door bomen. De jonkers hebben het niet zo begrepen op de manier waarop wij hier in de Oude Brouwerij samenwonen. Dat is al heel wat jaren zo. Er is ooit het woord sekskot gevallen, terwijl we hier toch allemaal onze kleren aan hebben."

Sekskot en kleren aan hebben, er is misschien wel een verband, maar het is zeker niet noodzakelijk lijkt mij...

Enfin, de zaak werd op de spits gedreven en een maand later ging onze groene man tot de actie over. Dat tot ongenoegen van Thierry, die zich net niet vastketende aan zijn geliefde populieren. Weer Versteylen: "Sommige leden van de familie van de Werve weten niet dat sinds de Franse Revolutie ook naar het gewone volk wordt geluisterd en de adel zich moet schikken."

Met sommige leden doelt Versteylen uiteraard op Thierry, want er is ook nog Charles van de Werve de Schilde, broer van Thierry en een redelijker figuur. De twee broers wonen vreemd genoeg in hetzelfde kasteel in Viersel, maar gunnen mekaar desondanks het licht in de ogen niet. Waar de jarenlange vete op teruggaat, is voor een simpele jongen uit het gewone volk als ik, een raadsel, maar dat betekent gelukkig niet dat we niet kunnen meegenieten van hun uitspattingen. In een volgend schrijfsel meer over de ruzie tussen Charles en Thierry - ja, die Thierry weet van aanpakken.

Weer naar Versteylen vs. Thierry. Eind vorig jaar was het weer van dattem. Twistappel deze keer: een aanhangwagen met verkiezingsaffiches van Thierry die volgens Versteylen zonder toestemming op zijn grond stond. Wat volgt, lijkt wel overgenomen uit In de Gloria...

Versteylen: "Ik heb de burgemeester gevraagd om die aanhangwagen ten laatste tegen het weekend te laten verwijderen. Ik begrijp dat de kasteelheer zijn kiezers wil bedanken, maar niet op onze grond. Van de Werve bezit enkel een strook van 72 centimeter […]"

Thierry van de Werve ziet de situatie helemaal anders. "Die nudistenkamphouder - en ik zou graag hebben dat u het in mijn woorden neerschrijft
(nvhf, woeha! hulde!!) - respecteert mijn eigendom niet."

Van de Werve is boos dat zijn aanhangwagen al elf keer door Versteylen werd weggesleept.

"Zeg maar gestolen. Afgelopen weekend zag ik hem er zelf aan sleuren. Zijn echtgenote, Mieke, heeft mij toen onder mijn vijs gegeven. Terwijl ik zelf al drie dagen met een verzering in mijn rug rondloop omdat ik mijn aanhangwagen telkens moet terugslepen.
(nvhf, whahahaha!!)"

Versteylen zucht eens diep. "Dit is waanzin. De Franse revolutie is nog steeds niet tot het kasteel van Viersel doorgedrongen."


Integendeel, Luk, een potentaat zou immers nooit zijn handen vuilmaken om zelf zijn aanhangwagen terug te sleuren!

Hoe het ondertussen in Viersel zit, valt niet te betwijfelen, de twee keikoppen zijn zonder enige twijfel nog steeds niet tot verzoening zijn gekomen. Misschien moet Versteylen Thierry eens uitnodigen in zijn nudistenkamp? Dichter bij de natuur, onder de imaginaire oude populieren, komen de mannen misschien tot ne verstandelijken diepsten draai?

zaterdag, december 23, 2006

Music for life

Kijk, niks tegen die Stubru-actie voor landmijnen.
Heel tof dat die gasten daar een week in die serre zitten enzo, maar sommige mensen moeten echt tegen zichzelf beschermd worden...

Vandaag, we schrijven goed en wel 10 uur in de ochtend, had ene Peter postgevat voor het plexiglazen huis, alwaar hij, vastbesloten, zijn vriendin Nadine ten huwelijk wilde vragen. Dat op zich zou al een reden moeten geweest zijn om de man even apart te nemen. Maar bon, sommige mensen moeten eerst met hun open ogen in hun ongeluk lopen voor ze effectief begrijpen dat ze een verkeerde beslissing hebben genomen, en kennelijk was Peter van die soort.
Om het geheel helemaal gezellig te maken hadden de mannen van StuBru de bewuste Nadine opgebeld die het aanzoek live kon beantwoorden. Een beetje lullig was het immers geweest, wanneer die Peter daar geen reactie had gekregen op zijn levensvraag.

Wat volgde was een zeemzoetig, misselijkmakend stukje radio waarbij neeschudden al snel plaats maakte voor plaatsvervangende schaamte.
Gelukkig voor Peter, die daar kennelijk wel op gerekend had, zei Nadine volmondig "natuurlijk". Wat bij de sloef-to-be de nu al legendarische woorden

Mjoezic for laaif
en Nadine for maai laaif!


ontlokte.
Het was niet geheel duidelijk of de ooooohhh die daarop in het publiek rondging, ontstaan was door een gevoel van romantische vertedering dan wel door een gevoel van afgrijnzen nadat menig Leuvenaar zijn maaginhoud op de stoep had achtergelaten.

Music for Life, nog tot zondagavond op Stubru.
U herbeluistert het bewuste fragment hier opnieuw. Huiver!!

woensdag, december 20, 2006

De rattenvanger van -=A=-

Als ik vanuit mijn Antwerpse thuisbasis richting stad fiets, passeer ik langs een kort stukje uitloper van de A12 (u toetert gegarandeerd wel eens de volgende keer wanneer u over de Boomsesteenweg dendert). Weinig wereldschokkends, hoor ik u denken, en daar heeft u volkomen gelijk in – ware het niet dat langs dit stukje weg sinds enige tijd een rattenplaag heerst.

Het gegeven werd mij bekend toen ik deze maandag bij het voorbijfietsen een beestje het struikgewas zag invluchten. Een muis, dacht ik eerst, of een eekhoorn, of desnoods een kat, een stokstaartje of een aardvarken. Maar toen ik geen 20m verder een rat van middelmatige grote op het fietspad zag zitten worstelen met wat eens de verpakking van een reep chocolade moet geweest zijn, brak mij het angstzweet uit. Ratten!

Edoch, uw edele dienaar is geen angsthaas en zette moedig zijn weg verder, al snel die horrortaferelen uit zijn memorie schrappend. Die avond volgde er helaas opnieuw een beproeving…

Het was al donker toen ik opnieuw de A12 opreed. Ik was klaar om mijn mannetje te staan en de strijd aan te binden met de rat. Maar datzelfde gold blijkbaar voor de tegenstand, want al van ver zag ik een reuzenrat in het midden van het fietspad plaatsnemen. Het was hij of ik.

Ik ging recht staan op mijn trappers, nam diep adem en sprintte er naar toe.
Ik was op 30m genaderd, de rat draaide zich om en keek recht in mijn ogen.
Ik grijnsde.
Ik was op 15m, de rat wilde nog wegspringen, maar zag dat hij zijn grootste vijand in de geschiedenis niet meer kon ontwijken.
Ik lachte nu luidop.
Ik was op 2m.
Er klonk een kreet, en het ongedierte probeerde in een laatste poging nog naar mijn met schoenen bedekte tenen te bijten.
Ik riep luid: “HEEY, CISKE DE.”
Waarop het beest, afgeleid door mijn kennis van het rattengeslacht, zijn doel miste en in mijn voorwiel sprong.
De tanden vlogen in het rond, maar ik hield mijn fiets recht. Ik keek voldaan achterom naar het bloedende dier.
De missie was geslaagd, uw dienaar had getriomfeerd. Het Stad kon opgelucht ademhalen en hoefde niet meer te vrezen voor een nieuwe pestepidemie.

Glunderend fietste ik verder, terwijl op de achtergrond Danny de Munk door de nacht schalde…

“Krijg toch allemaal de klere, val voor mijn part allemaal dood!!”

zondag, december 17, 2006

Eiwitten zijn gezond

Mjam mjam...

Edit (18 december, 0u17): Hier is een brief te lezen die de school meegaf voor de ouders van haar leerlingen. Woehaha!

donderdag, december 14, 2006

Fascisme in Antwerpen anno 2006

U herinnert zich misschien nog dit berichtje?

Het heeft de mensheid bijna twee jaar gekost, maar gisteren waren ze terug. Mensen die per se willen genieten van onze infrastructuur, maar weigeren onze vlaamsche taal te leren. De overeenkomsten met het eerdere verhaal zijn frappant...

Gisteren fiets ik rustig langs de leien, stopt er een zwarte Jaguar langs de kant waaruit een heftig handgebaar mijn aandacht trekt. Omdat ik op dat moment nog niet kon opmaken of het om Ignace Crombé, dan wel om Keira Knightley zou kunnen gaan, begaf ik mij naar het gevaarlijke terrein. Een mannelijke, blonde kop (ALARM FASE 1) vroeg, met een Duitse tongval (ALARM FASE 2), maar in het Engels: "Where can I find taxi's?"

Ik weet niet of het zoeken naar taxi's terwijl je al in een Jaguar rondrijdt, typisch is in de Europese landen ten oosten van ons, maar Duitsers hou je nu eenmaal beter te vriend. Ik besloot dus niet te kritisch te zijn en de man gewoon naar het station te sturen. Daar kon men immers wel taxi's vinden. Als men te voet ging toch, want de weg ligt daar helemaal open. Maar dat wist Adolf niet.
Uitermate gecharmeerd door mijn vlotte antwoord, beproefde de mof nog meer van zijn geluk - dat had hij beter niet gedaan, want mijn geduld was van korte duur - en vroeg of ik toevallig niet die straat wist wezen. Tegelijkertijd toonde hij mij een papiertje met een adres. Ik vatte niet meteen de link tussen zijn twee vragen, maar schatte dat hij een taxibestuurder zocht om de gezochte straat te situeren. Ik was dus bij voorbaat niet goed genoeg (ALARM FASE 3).

Natuurlijk wist ik die straat wezen!!

"Aan de tweede lichten rechts, weg van de stad, dan de derde lichten opnieuw rechts en eerste links. Na de brug heb je groot kruispunt, daar is het rechts." Toedeloe, german! En ik zette mijn weg voort.

Of de asshole uiteindelijk zijn effectieve bestemming bereikt heeft, weet ik niet. In ieder geval zal het veel later geweest zijn dan hij gehoopt had.

Zonder dank, vlaamsche vrienden.

donderdag, november 30, 2006

De dekmantel

Er zijn bij mij in de buurt wel meer winkels die ik met de noemer marginaliteit zou kunnen aanduiden. Veel winkels ook waar ik nooit een klant zie. Nu hoeft dat niet noodzakelijk te betekenen dat er nooit iemand komt, maar ik vind het toch een veeg teken. In bepaalde gevallen verbaast het me ook hoegenaamd niet. Zo weet ik, niet zo ver hiervandaan, een winkel waar ze én groenten en fruit én onder meer porno films verkopen. Bent u nog geneigd daar een komkommer te gaan kopen? Ik dacht het niet.
(idee voor later: daar binnenstappen en enkele pruimen vragen)

De winkel waar ik vandaag binnenstapte, had ik nog niet gecatalogeerd onder de noemer marginaliteit, wel binnen de groep winkels zonder klanten. Op zich was dat al een heel veeg teken, want het betreft hier een bakkerij. Maar bon, mijn medelijden haalde het van mijn ratio.

Ik was al een paar keer voorbij dat bakkerijtje gefietst en twee dingen vielen mij daarbij keer op keer op: de bakkerij had geen naam, geen uithangbord, geen reclame. En vooral dus: geen klanten. Nochtans zag alles er proper en verzorgd uit, dus ík zag geen graten.
En vandaag was het ook zover: ik zou de dagelijkse omzet van bakkerij X verdubbelen. Wat vervolgens gebeurde, tart alle verbeelding.

Het begon al met het binnengaan. Aan de deur (of wat ik dacht dat de deur was) gekomen, wilde ik die opentrekken, maar dat bleek om één of andere reden niet te lukken. Mijn frank viel pas na enkele seconden: het was een schuifdeur! Nog eens tien seconden later bleek die al open te staan. Origineel, dat was het sowieso, doch deze ingenieuze nieuwigheid bracht me niet op andere gedachten en vastbesloten stapte ik de winkel binnen. Een man van Marokkaanse afkomst, die ik tussen de 25 en de 30 situeerde, laten we hem voor de eenvoudigheid Koenraad noemen, veerde recht.

Ik besloot met een klassieker te beginnen: hebt u nog een lang wit? Mij leek die vraag niet geheel overbodig aangezien op dat uur van de dag (het was rond 17u) al veel bakkerijen zonder brood zitten. Bovendien zijn niet alle bakkerijen hier in de buurt zo goed voorzien van wat wij, Belgen, verstaan onder broden. Turkse broderijen in overvloed, maar gewone Belgische broden… ho maar! Deze bakkerij was een mengeling van de twee. Taarten, worstenbroden, koffiekoeken, cakes, en daarachter Franse broden, Turkse broden, en meer van dattem (lieve allochtone gemeenschap: vergeef het mij, maar ik ken de naam niet van al die platte ronde schijven die jullie mij proberen te verkopen). Daarbij viel het me op dat de winkel UITPUILDE. Werkelijk elke plank lag vol, elke toonbank was volgepropt, en ook óp de toonbank stonden manden volgestapeld met koeken, wafels, cakes, ... Toch een beetje vreemd, ja.

Bon, ik had dus gevraagd naar een lang wit brood. Je zag Koenraad een nanoseconde nadenken, en vervolgens keek hij me aan met een blik alsof ik zonet drie kilo gedroogde dinosauriërstront had besteld. Nu, iedereen kan een moment van opperste verwarring doormaken, dus ik probeerde het vriendelijk nog een keer. Het gezicht van de vriendelijke man vertrok en even dacht ik dat ik zijn geloof finaal had beledigd door in zijn moedertaal te refereren naar de buitenechtelijke relaties van zijn goddevader – maar hij glimlachte snel weer en maakte duidelijk dat hij geen Nederlands begreep...

Dit wordt moeilijk, dacht ik stilaan, maar als rechtgeaarde Belgicist wilde ik deze Waal een faire kans geven. Vreemd genoeg begreep hij ook “pain blanc” niet. Blijkbaar had Koenraad evenwel al eens te maken gekregen met deze situatie, want de manier waarop hij zijn inboedel aanprees met brede armen getuigde niet van enig amateurisme.
Ondertussen had ik één brood ontdekt tussen een gigantische hoeveelheid Turkse en Franse broden en dus wees ik in de richting van wat er uit zag als een wit brood. Koenraad had nu door wat ik bedoelde en ging met het brood naar wat eruit zag als een oude, maar degelijke broodsnijmachine.

Bon, even tot daar. De monumentale hoeveelheid eetwaren in de winkel, gecombineerd met de schijnbare klantenstilte hadden me ondertussen toch lichtjes doen twijfelen over de integriteit van Koenraads bakkerij. Ik zag in de toonbank enkele potjes kipcurry staan en zo onopvallend mogelijk probeerde ik de versheidsdatum te lezen… 9 december, dat leek me wel veilig zo. Ik vond de beslissing om deze bakkerij uit te proberen, tot nader order nog steeds een goed idee. Ondertussen begon ik me af te vragen waar de kassa eigenlijk stond, want die was nergens te bekennen…

Koenraad stond ondertussen voor de broodsnijmachine. Dit had hij ook al eerder gedaan, dacht ik aan de professionaliteit waarmee hij de hendel controleerde, te ontwaren. Fout gedacht. Het snijden duurde een eeuw-ig-heid, maar aangezien ik nog steeds in een opperste-beste bui was, deerde me dat weinig. Mijn frank viel pas toen de snijmachine stopte, hij mijn brood boven wilde halen, daar halverwege mee stopte en de snijmachine opnieuw opstartte. Ik keek over de toonbank, het brood hing half uit elkaar, en het middelste deel stak nog tussen de messen. Een nieuwe poging van Koenraad mislukte opnieuw. Een bezorgde blik over de toonbank heen. Ik begon ondertussen toch te vrezen voor mijn brood.

Het valt moeilijk te omschrijven wat er op dat moment allemaal door mijn hoofd ging. Algemeen kwam het ongeveer neer op: dit is geen echte bakkerij – dit is een dekmantel voor een criminele organisatie – niemand had ooit gedacht dat hier iemand zou binnenstappen – ik ben de eerste die dat effectief doet en heb me zo geweldig in de nesten gewerkt – ik zal dra vermoord worden – ik ben nog te jong om sterven. Alle puzzelstukjes vielen plots op hun plaats: een Nederlands-onkundige winkelbediende, een overvolle bakkerij in de vooravond, het ontbreken van een naambord, het ontbreken van een kassa. En dat brood, dat was waarschijnlijk van gyproc of papier-maché, en daarom dat die broodsnijmachine vastliep. Of die machine staat daar enkel voor de schijn en werkt niet echt, dat kon ook natuurlijk. En in die Franse broden zaten natuurlijk Kalasjnikovs verstopt.

Ondertussen deed Koenraad een derde poging, maar ook die ging de mist in. “Mm, ça marche pas,” klonk het in twijfelend Frans. Vertel mij wat, dacht ik. Maar ik besloot het nog even aan te zien, en vond het op één of andere manier ook wel lollig worden.
“Non, ça marche pas,” kloeg hij opnieuw. En hij keek me vragend aan. Medelijden was op zijn plaats.

Ik vroeg nog één keer met een hoofdbeweging of er misschien nog wat aan te doen was, maar Koenraad zag het niet meer zitten. Ik moest wel afdruipen. Teleurgesteld. Maar geïntrigeerd, dat wel. Want zelfden zoiets meegemaakt. Zelfs niet in de winkel met de komkommers en de pruimen.

Toen ik buitenstapte, kwam een oud vrouwtje met een karretje binnengestapt. Een Frans brood, hoorde ik haar stamelen...